Contact | Sitemap | Route | 

Nationale Tuinvogeltelling op 27 en 28 januari

In het weekend van 27 en 28 januari 2018 vindt alweer de 15e editie van de Nationale Tuinvogeltelling plaats. Iedereen kan meetellen.
De merel. Komt u deze nog weleens tegen in uw tuin of bij uw balkon? Het is bekend dat de merel het moeilijk heeft momenteel. Vogelbescherming Nederland spreekt van een lichte afname in stedelijk gebied. “Of het voor mensen ongevaarlijke usutuvirus daarbij een rol speelt, moet nog worden uitgezocht”. 
 
 

 
Pas in het voorjaar van 2018 zal duidelijk worden of de Nederlandse broedvogels echt een klap hebben gekregen van het usutuvirus. Het is dan ook belangrijk om met tellingen en onderzoek een vinger aan de pols te houden. 
 

Resultaten Tuinvogeltelling 2017

Tijdens de Tuinvogeltelling van 2017 stond de merel op de derde plek. De huismus deed het ’t beste en werd het meeste geteld. De koolmees kreeg de tweede plek. Het beeld van de huismus op de eerste plek en de koolmees op de tweede dient wat genuanceerd te worden. In veel grote steden blijft de huismus namelijk een zeldzaamheid. De huismus wordt vooral gesignaleerd in kleine kernen en komt vooral in de drie noordelijke provincies nog steeds in grote groepen voor. De koolmees handhaafde met moeite zijn tweede positie. De mezenpopulatie lijkt afgelopen zomer een tik te hebben gekregen. Andere vogelsoorten die het vaakst werden geteld zijn de kauw (vierde plek), het pimpelmeesje (5e) en de vink (6e). Zie voor de volledige resultaten van de Tuinvogelling de website van de Nationale Tuinvogeltelling. Bijvoorbeeld voor de top-25 of zie hier voor meer resultaten. Een analyse van de resultaten is te vinden op de website van de Vogelbescherming. 
 
Tellen dus! Het blijft belangrijk! Hoe meer mensen er meedoen, hoe meer er met de resultaten gedaan kan worden. Hoe werkt het?
 

Hoe werkt het?

Iedereen kan meetellen. Ook diegenen die geen tuin hebben. En als u een vogel niet herkent: ook onbekende vogels kunt u doorgeven. 
 
  • Tel een half uur de vogels in uw tuin en/of op het balkon. Als de vogels over de tuin of over het balkon vliegen, tellen ze niet mee. 
  • Noteer alle waarnemingen van een soort die u tegenkomt. Aangezien het niet de bedoeling is dat dezelfde vogel dubbel geteld wordt, telt u alleen het hoogste aantal van een soort die u tegelijk hebt gezien. Dat getal geeft u vervolgens door. Ziet u in het half uur dat u telt op het ene moment 3 koolmezen en even later 5 koolmezen? Dan geeft u door dat u 5 koolmezen hebt waargenomen. 
  • Telt u vanaf uw balkon: er zijn geen regels tot waar u mag tellen vanaf uw balkon. Net als met de tuin geldt: het overvliegen van vogels niet meetellen. Maak zelf een realistische inschatting van uw ‘telgrens’ en overleg eventueel met uw buren om dubbeltellingen te voorkomen.
  • Na het half uur tellen geeft u de telling door: of via de App, of via de website van de Nationale Tuinvogeltelling.
 
De Tuinvogeltelling levert een momentopname op van de aantallen vogels die in Nederlandse tuinen aanwezig zijn. Zowel op landelijk niveau, als per provincie en zelfs per gemeente. Gecombineerd met de resultaten van de vorige jaren en andere tellingen ontstaat een beeld van de ontwikkelingen in tuingebruik door vogels. Met deze gegevens bepaalt Vogelbescherming hoe tuinvogels het beste geholpen kunnen worden. 
 
Meer informatie vindt u op de website van de Nationale Tuinvogeltelling. U kunt zich ook van te voren aanmelden! Dit levert allerlei voordelen op. TEL MEE!
 
 
 
 
 
Foto afbeelding mus (verkleind en bijgesneden): Wikimedia, door JrPol. 
Afbeelding merel: Heleen Hupscher
Nationale Tuinvogeltelling op 27 en 28 januari